Videotranscript: Wat staat er in een Methode van Onderzoek hoofdstuk?

Leuk dat je weer kijkt naar een nieuwe live sessie op Facebook in de Super Scriptie Club. Of je kijkt nu niet live, maar via de replay op YouTube, dat kan natuurlijk ook. Als je op YouTube kijkt zou ik zeggen: abonneer je, want dan krijg je iedere maandag een nieuwe video met allerlei scriptie tips. Vandaag dus weer een tip!

Twee weken geleden vroeg Oscar wat er nu precies in een Methode Hoofdstuk moet komen. Wat zijn de belangrijkste dingen die aan bod komen in het Methode van Onderzoek Hoofdstuk? Daar wilde ik vandaag wat meer over vertellen.

Het doel van het Methode van Onderzoek

Het Methode van Onderzoek hoofdstuk moet ervoor zorgen dat iemand anders jouw onderzoek nagenoeg na kan kijken en dan dezelfde conclusies en resultaten eruit kan krijgen. In het Methode Hoofdstuk moet je heel nauwkeurig beschrijven wat je allemaal gedaan hebt aan het onderzoek. Op die manier kunnen mensen ook kijken hoe ze die resultaten kunnen interpreteren.

Als je duizend mensen geïnterviewd hebt, dan zijn de resultaten natuurlijk anders dan wanneer je slechts tien mensen hebt geïnterviewd. Het ligt er ook aan hoe de totale populatie eruit ziet: als de populatie tien is, dan kun beredeneren dat je iedereen gesproken hebt, en dat is dan de (algemene) mening. Onder andere dit soort dingen komen dus in het Methode van Onderzoek hoofdstuk aan bod.

In feite zijn er vijf belangrijke onderdelen. De eerste is de aard van het onderzoek.

1. Aard van het onderzoek

Allereerst ga je iets vertellen over wat voor soort onderzoek je gaat doen, dus het onderzoekstype. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je explorerend of toetsend onderzoek gaat doen (kwalitatief of kwantitatief onderzoek). Is het een field research of een desk research?

En welke onderzoeksmethode ga je gebruiken? Ga je gebruik maken van enquêtes, van interviews, van een focusgroep, van observaties, van content analyse? Je gaat dus nog gedetailleerder vertellen welke onderzoeksmethode je gaat gebruiken, en dat onderbouw je ook.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen: ik heb gekozen voor een kwalitatief onderzoek, omdat ik het belangrijk vind dat ik een grote populatie ga onderzoeken en dat ik daar conclusies uit kan trekken. Of: ik wil juist een kwalitatief onderzoek, omdat het nog wat beschrijvend / explorerend is. Als je te maken hebt met een heel nieuw onderwerp, dan moet je daar echt nog diep induiken, en daar kan je nog geen grootschalig onderzoek voor doen. Die argumenten moet je benoemen bij je keuze of aard van onderzoek.

2. Onderzoekspopulatie

Daarna komt onderdeel twee, de onderzoekspopulatie. Het is heel belangrijk om te omschrijven wie jouw respondenten zijn, dus sowieso hoeveel respondenten je hebt en hoe die groep eruit ziet. Misschien weet je ook al iets over bijvoorbeeld de leeftijd, of de opbouw van man/vrouw, of locatie (uiteraard ligt het aan jouw onderzoeksvraag welke eigenschappen van zo’n groep belangrijk zijn).

Dat zegt dan ook iets over de representativiteit, want jouw respondenten vormen maar een klein deel van de totale populatie. Waarschijnlijk heb je die kleine groep respondenten gevonden door middel van een steekproef. En dan moet je ook beschrijven hoe je die steekproef hebt gedaan, zodat we weten hoe die groep is ontstaan. Tevens willen we de eigenschappen weten van die respondentengroep om te kijken of -ie wel of niet representatief is.

Stel: je hebt een onderzoek onder verpleegkundigen, en jouw respondentengroep bestaat uit 99 mannen en één vrouw. Nu weet ik toevallig, en dat weten jullie waarschijnlijk ook, dat de verpleegkundige groep voornamelijk uit vrouwen bestaat (of misschien voor 70%). Als jij vervolgens slechts één vrouw in jouw steekproef hebt, dan is dit natuurlijk niet heel representatief als je iets over de hele populatie wil zeggen. Daarom is het belangrijk iets over die respondenten te zeggen. Het is een basisvereiste om de hoeveelheid te noemen, maar daarnaast kun je misschien nog wat extra kenmerken van je respondenten noemen.

Hoe heb je de steekproef gedaan? Ik heb het nu voornamelijk over personen gehad, maar je kan bijvoorbeeld ook een content analyse doen, dus dat je echt in een stuk duikt. Je kunt bijvoorbeeld krantenartikelen van een bepaalde periode gaan onderzoeken. En dan is een krantenartikel (of een krant) jouw onderzoekspopulatie.

Stel je voor dat je honderd artikelen uit een bepaalde periode van een krant heb, of misschien van verschillende kranten. Vervolgens beschrijf je hoe dat in elkaar zit. De onderzoekspopulatie hoeft niet altijd uit personen te bestaan, het kunnen ook documenten zijn of kranten. Maar je kunt ook een content analyse doen aan de hand van websites, bijvoorbeeld.

Het is in ieder geval de eenheid die je gaat onderzoeken waar je meer over gaat vertellen: hoe die eruit ziet, hoe je die verkregen hebt, en het aantal of de grootte.

3. Dataverzameling

Dan gaan we door naar nummer drie: het proces van dataverzameling. Dat betekent eigenlijk dat je heel nauwkeurig gaat beschrijven wat je precies gedaan hebt. Dat kan naar voorkeur op chronologische volgorde. Dan hoef je dus niet meer die steekproeftrekking te doen, maar ga je het echt hebben over het onderzoek zelf.

Stel dat je interviews hebt gehouden met tien personen. Dan beschrijf je precies hoe die interviews zijn gegaan. Heb je die mensen gebeld, of heb je ze op straat aangesproken, of heb je een ruimte afgehuurd waar je mensen hebt uitgenodigd? Ben je misschien wel bij mensen thuis geweest? Hoe heb je die gesprekken opgenomen – heb je met een notitieblok dingen opgeschreven, of heb je het echt op een recorder opgenomen? Waren er meer mensen in de ruimte, of was het een rustige ruimte? Dat soort details van je onderzoek zijn belangrijk voor de validiteit en de betrouwbaarheid van je onderzoek.

Als je mensen in een privé ruimte hebt gehad, dan kunnen ze heel open en eerlijk praten in plaats van dat ze in een kantine zitten en mensen naast hen meeluisteren. In het laatste geval zijn ze waarschijnlijk iets terughoudender om informatie te geven, maar dat hoeft natuurlijk niet per se (dat ligt ook aan het onderwerp en de setting).

Stap voor stap neem je mensen mee in wat je gedaan hebt. Ook het opstellen van enquêtes is bijvoorbeeld iets belangrijks. Hoe heb je die enquêtevragen gemaakt? Waar zijn die vragen vandaan gekomen, en hoe heb je de begrippen in de vragenlijst geoperationaliseerd?

Dat soort vragen kun je jezelf dus ook stellen tijdens het proces van dataverzameling. Een voorbeeld: de enquêtes bewust uitprinten op papier. Dat had ik toevallig met mijn scriptie onder de huisartsen, omdat de huisartsen toen nog niet zo digitaal waren (dat is nu ongeveer tien jaar geleden). Misschien zijn ze dat inmiddels wel, maar toen nog niet. Ik wilde niet dat ze de digitale drempel moesten overwinnen en online moesten gaan, terwijl ze dat eigenlijk niet gewend waren. Ik wilde een papieren versie die ze meteen snel op hun bureau konden invullen. Dat soort keuzes kun je bijvoorbeeld maken.

Deze keuzes liggen dus aan je steekproef of aan je onderzoekspopulatie. Dat moet je allemaal beschrijven, en het liefst zo gedetailleerd mogelijk. Het is slim om tijdens het doen van onderzoek (als je nog niet het Methode hoofdstuk aan het schrijven bent) bepaalde keuzes of bepaalde situaties die plaatsvinden te noteren in een notitieblokje om alles goed te onthouden.

4. Dataverwerking

Dan komen we aan bij het vierde onderdeel: dataverwerking. Dan heb je dus veel data en vele antwoorden op enquêtevragen. Je hebt opgenomen interviewmateriaal, je hebt allerlei krantenstukken – je kan natuurlijk van alles als data hebben. Maar hoe ga je dat dan verwerken?

Zo’n interview bijvoorbeeld ga je uittypen, en in een bepaald softwareprogramma (Kwalitan of Atlas) ga je het coderen. Bij het analyseren zeg je vervolgens hoe je het gaat gebruiken. Als je een enquête gaat doen, dan heb je veel kwalitatieve data en dat ga je (bijvoorbeeld) met SP6 verwerken. Welke toetsen ga je hierop loslaten? Hoe ga je alles in SP6 verwerken? Dat zet je allemaal in de dataverwerking.

5. Kwaliteit van het onderzoek

Als laatste heb je de kwaliteit van het onderzoek. Dat is ook een onderdeel dat gaat over de betrouwbaarheid en de validiteit, en het komt twee keer terug in je scriptie. Je gaat dan zeggen wat je vooraf voor het onderzoek gedaan hebt om de betrouwbaarheid en de validiteit zo hoog mogelijk te krijgen.

Dus, wat ik net al zei: zo’n interview heb ik (bijvoorbeeld) afgenomen in een afgesloten ruimte met alleen die persoon voor me, zodat die persoon eerlijk antwoord kon geven of geen sociaal wenselijk antwoorden hoefde te geven. Dat zijn allemaal maatregelen die je kan nemen om de betrouwbaarheid of de validiteit te vergroten. Het testen van je enquête / vragenlijst is ook iets om de betrouwbaarheid en de validiteit te vergroten. Vooraf benoem je welke maatregelen je allemaal genomen hebt.

Later, als je bij het conclusie hoofdstuk en de discussie bent, dan komen die twee begrippen weer terug. Dan ga je reflecteren: je hebt dan wel geprobeerd om de validiteit en de betrouwbaarheid zoveel mogelijk te vergroten, maar is dat ook gelukt? Zitten er haken en ogen aan het onderzoek, of merk je uit de resultaten dat het eigenlijk niet helemaal klopt? Dan reflecteer je daar in de discussie nog een keertje achteraf op.

De vijf belangrijkste onderwerpen samengevat

Samengevat zijn de vijf belangrijkste onderwerpen van je Methode hoofdstuk:

• De aard van het onderzoek (kwalitatief, kwantitatief, explorerend, toetsend, etc.)
• De populatie en de steekproef, de respondenten
• Het proces van dataverwerking (wat je hebt gedaan in chronologische volgorde) – Iemand die dit onderdeel zou lezen, zou het onderzoek dan ook zelf kunnen doen
• De dataverwerking – Wat heb je precies aan dataverwerking gedaan? Welke software heb je gebruikt, welke toetsen en analyses heb je gedraaid?
• De kwaliteit van het onderzoek, dus de betrouwbaarheid en de validiteit

Deze vijf onderdelen gelden eigenlijk voor elk onderzoek dat je hebt gedaan. Vaak is het zo dat bij verschillende deelvragen een ander soort stukje onderzoek hoort. Dat is niet altijd zo, maar soms komt dat wel voor.
Bijvoorbeeld dat een deelvraag beantwoord wordt door middel van een enquête, een andere deelvraag door middel van een interview, en een derde deelvraag met behulp van een inhoudsanalyse – een soort desk research.

Dan is het makkelijk dat je per deelvraag die reeds genoemde vijf dingen gaat aflopen, want het proces van dataverzameling is natuurlijk bij een interview heel anders dan bij een enquête. Op deze manier houd je alles ook overzichtelijk bij elkaar en is het een logisch geheel.

Tot zover mijn overzicht over het Methode van Onderzoek hoofdstuk. Laat me weten of je hier nog vragen over hebt, of als je tips hebt voor andere studenten. Verder zou ik het heel leuk vinden als je je abonneert op het YouTube kanaal van Frisse Colleges, dan krijg je iedere keer nieuwe video’s. Ik sta trouwens altijd open voor nieuwe onderwerpen. Als je denkt: “O, hier loop ik tegenaan, kun je daar iets over vertellen?” – laat het me weten. Het mogen grote en kleine vragen zijn. Weliswaar heb ik nu een heel hoofdstuk uitgelegd, maar als het iets kleins is – bijvoorbeeld: “Hoe begin ik iedere dag lekker aan mijn scriptie?” – dan hoor ik het graag van je.

Mocht je nog meer begeleiding nodig hebben: ik bied één-op-één coaching aan, maar ik heb ook een leuke Scriptie Academy, wat meer in groepsverband is. De Scriptie Academy is minder prijzig dan één-op-één coaching, maar het is wel net zo waardevol, want je gaat namelijk met een groep samen aan het werk. Je krijgt heel veel videootjes en dagelijks interactie met mij. Ik zal je regelmatig tips geven, dus er zit eigenlijk van alles in wat je nodig hebt. Daardoor kun je sowieso sneller afstuderen!

Dus als je denkt dat je wel wat hulp kan gebruiken, kijk dan eens op de website www.frissecolleges.nl/scriptie-academy1. Daar kan ik je nog veel verder helpen en ook echt specifiek op jouw probleem ingaan.

Succes en hopelijk tot ziens!


Hulp bij je hoofdvraag

De Masterclass neemt je stap voor stap mee naar de perfecte hoofdvraag, zodat je deze eenvoudig zelf kunt opstellen of bijschaven. Daarnaast is er ruimte voor het stellen van vragen over jouw eigen onderzoeksvragen.

Woensdag 31 augustus van 19:30 uur tot 21:00 uur

–> Klik hier voor meer info <--
Wat staat er in het Methode van Onderzoek hoofdstuk?
Wat staat er in het Methode van Onderzoek hoofdstuk?
Getagd op:                        

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.